Voor een stil ogenblik.

 

                                              

Een halfuur stilte.

“En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een halfuur.” Openbaring 8: 1

 

Geen stilte.
Opvallend is het, dat bij de eerste zes zegels, die verbroken werden, er niet van een stilte gesproken wordt. Dan gaat in de hemel alles door.
De engelenkoren zingen.
De stem van de vier dieren wordt gehoord.
De gebeden van de zielen onder het altaar worden opgezonden.

 

Geen stilte ondanks de slagen.
Terwijl als we kijken wat er al niet plaats vindt als de zes zegelen verbroken worden, dan zou je eerder geneigd zijn om je adem in te houden. Wat een oordelen, wat een rampspoeden, wat een vervolging. Maar bovenal als met het zesde zegel de hemellichamen worden aangetast. Wie zou zijn mond nog durven opendoen?
En toch: geen stilte. In de hemel niet, maar ook op aarde niet.
Het lijkt wel, of niemand het in de gaten heeft en alles gewoon doorgaat, zelfs als door alle rampen en oorlogen zichtbaar wordt wat in Openbaring staat.
Vloedgolven, met tientallen duizenden doden.
Een Mexicaanse griep, waarvan we nu zeggen: het valt toch mee. Mens, maak je geen zorgen.
Vliegtuigen, waarbij meer dan honderd doden vallen.
Maar al die doden kunnen geen stilte opleggen.

 

En dan! Stilte in de hemel.
En als nu het zevende zegel verbroken wordt, gaat op aarde ook alles nog gewoon door.
Men eet en drinkt, men geeft ten huwelijk en men neemt ten huwelijk als in de dagen van Noach.
Maar in de hemel… in de hemel valt een stilte van een half uur.
Een half uur, dat getuigt van Gods lankmoedigheid, want in dat half uur van de hemelklok, waar de minuten wegtikken, werkt de Geest nog op aarde om te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Maar in de hemel worden de bazuinen uitgereikt aan de engelen, opdat zij op Gods wenk zullen bazuinen.
En als gezien wordt, wat dat met zich meebrengt, wordt het stil. Daar zwijgt nu alles.
Waarom?
Omdat daar gezien wordt bij het volkomen uitrollen van de boekrol, wat over een half uur zal plaatsvinden.
Dan zal Christus opstaan om te oordelen de levenden en de doden en wie zal dan bestaan voor Zijn toorn?
Dan zal het laatste oordeel vreselijk zijn, want dat zal een eeuwig oordeel zijn. Buiten Christus zal dan de tweede dood gevonden worden.

Een half uur stilte van genadetijd.
Nog een half uur en dan?
We weten niet hoe ver we zijn op die hemelklok, of het nu half twaalf is of dat het al vijf voor twaalf geworden is. Wat we wel weten, dat die hemelklok gestaag doortikt. Nog een half uur en hoe zal het dan met u, met jou, met mij zijn? , het is nog genadetijd, er is nog het Lam Dat daar staat met de boekrol. Het Lam Dat wijst op Zichzelf, omdat in Hem alleen vergeving der zonden en reiniging van alle ongerechtigheden gevonden wordt.
In Hem zal de Kerk als een liefelijke reuk gevonden worden op het altaar Gods.
Door Hem zullen de gebeden van de heiligen geheiligd worden, zodat zij voor God kunnen opklimmen.
Maar daar buiten zal het een eeuwig afgrijzen zijn.

 

Bent u al stilgezet?
Heeft Gods Geest het al eens stil gemaakt in uw leven?
Een stilte voor Gods aangezicht, waarbij al het wereldgedruis als niets geacht moet worden.
Stil gemaakt omdat u niets meer tegen Gods recht had in te brengen?
Stil gemaakt, omdat daar in die stilte het bloed van het Lam gehoord wordt, ja dat u dat hoort druppen?
Dan zal na dat half uur de mond opengaan, opdat er gezongen kan worden van Gods goedertierenheden.
We gaan heen naar klokslag twaalf, maar hoe zijn wij op weg?

 

Ds. N.P.J. Kleiberg

 

 

 

ONZE KERKDIENSTEN

 

Diensten oktober 2009

 

Indien de Heere wil en wij leven zullen (Jacobus 4: 15)

 

 

 

zondag 4 oktober

15.00 u. dhr. E. van Baren

19.00 u. dhr. E. van Baren

 

 

 

zondag 11 oktober

14:00 u. dhr. B. Klootwijk 

19:00 u. dhr. B. Klootwijk

 

 

 

zondag 18 oktober

10:00 u. dhr. A. van der Galiën

19:00 u. dhr. A. van der Galiën

 

 

 

zondag 25 oktober

10:00 u. dhr. A. van der Galiën

19:00 u. kand. G.A. van Ginkel

 

 

 

dinsdag 27 oktober

20:00 u. catechisatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                        

 

        


 

 

ADRESGEGEVENS

 

Mentor: kand. G.J. Blankers Bruchem, tel: 0418-642999

 

Contactpersoon: J. van der Wal, tel: 0511-521880

 

Evangelisatie adres: Eendrachtsweg 5  9263 PH  Garyp

 

 

Archief

 

Kijk ook eens op ‘t boekenplankje!

 


                                                                                                                                                                                                                                 

 


UIT DE GEMEENTE

 

Inmiddels zijn de meeste vakanties weer voorbij en zijn de scholen weer begonnen. Het voortgezet onderwijs had wat langer vakantie dan de lagere school.

Ook de bouwvakker en mensen met andere werkzaamheden hebben de taak weer opgenomen. Velen hebben hun ontspanning buiten de grenzen gezocht, anderen zijn in eigen land gebleven. Het is natuurlijk wel de vraag hoe wij de vakantie hebben doorgebracht. Was het op een verantwoorde wijze. Immers moeten wij ook in de vrije dagen leven en onze tijd besteden zoals de Heere van ons vraagt. En dan niet uit dwang, maar uit de tere vreze des Heeren.

Eén is er die geen vakantie gehouden heeft en dat is de mensen-moordenaar van den beginne. Hij heeft alle middelen gebruikt om ook vakantiegangers wegen te laten bewandelen die niet zijn naar Gods Woord. De verleidingen zijn vele en hij heeft het mensenhart er in mee. Gelukkig is er niet één van de onzen die een ongeluk of problemen gehad heeft tijdens de vakantietijd. Wij zijn er voor bewaard gebleven. De zorgende Hand Gods heeft ons nog willen beveiligen.

Wel hoorden wij dat de ouders van mevr. Van der Wal een autobotsing hebben gehad, maar het bleef gelukkig bij materiële schade.

Het is wel een roepstem dat wij ons huis moeten bereiden, immers we zijn op doorreis en hoe zal het einde zijn?

Onlangs vertelde mij iemand dat het er niet over gaat hoe het einde zal zijn, maar of het begin wel goed is. Deze persoon bedoelde of het leven der genade aan ons verheerlijkt is geworden. Wij leven immers in de voorbereidingstijd voor de eeuwigheid. En tussen ons geboorte- en stervensuur moet een mens werderomgeboren worden. Laten wij er maar veel om vragen of het de Heere behagen mocht het ons en onze kinderen te willen schenken.

Verder is er niet veel nieuws te vermelden. Met Jouke mag het gelukkig weer beter gaan. Het werk wat hij graag mag doen lukt weer. Deze weg mocht ook voor hem tot onderwijs geweest zijn.

Tijdens de erediensten hebben veel vakantiegangers ons kerkje weten te vinden. Het is aangenaam om te mogen zien dat ook vakantiegangers in onze omgeving de zondag is ere willen houden.

Dat uit genade de prediking hen tot eeuwige winst zou mogen zijn.

Eind september hopen wij weer een aanvang te maken met de catechisatielessen. Dat ook dit eenvoudige werk gezegend moge worden.

 

Met een hartelijke groet vanuit de Zwaluwstraat 47, Dokkum

A. van der Galiën.

 

 

OVERDENKING

 

Aan Christus boezem

 

"De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft." (Jesaja 61:1a)

Om u te bewegen tot Christus te komen om Zijn Geest te mogen ontvangen, wil ik u de volgende beweegredenen aan de hand doen:
 
1. Het is volstrekt noodzakelijk dat u de Geest des Heeren hebt; u kunt Hem niet missen, u moet Hem hebben. De wereld kan net zo min zonder de zon, maan en sterren, als u zonder de Geest; want zonder de Geest kunt u niets anders dan zonde doen. Als de ziel is heengegaan, is het lichaam dood en is het nergens meer voor geschrikt dan om in een graf te worden gelegd en te verteren. Als de Geest Gods niet in een mens is, is hij dood in zonden en kan hij niets anders doen dan zonde: "De Geest is, het Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven"(Joh.6:63). U kunt niet één goede en aannemelijke gedachte hebben, noch enige plicht vervullen die Gode aangenaam is: "God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid"(Joh.4:24). Dus alle moeitendie aan u ten koste worden gelegd zijn tevergeefs, zoals aan een dode boom waarvoor het niet uitmaakt of het nu winter of zomer is.

Verder, als u de Geest niet hebt, komt Christus u niet toe: "Zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe"(Rom.8:9). Al degenen die het eigendom van Christus zijn, zijn verzegeld en gemerkt met de Geest van Christus: "In welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte"(Ef.1:13b). Mensen zetten hun merkteken op hun schapen, en daarom zegt men: als dat één van mijn schapen is, heeft het dat en dat merkteken. Zo zegt onze Heere ook: als dat één van Mijn schapen is, heeft hij Mijn Geest in zich; en heeft hij de Geest niet, dan is hij zonder Christus en de Vader. En omdat hij de Geest niet heeft, is hij zonder God in de wereld. Bovendien, zonder de Geest bent u voor eeuwig verloren; want zonder de Geest bent u zonder God en hebt u dus geen hoop (Ef.2:12).Het dode lichaam kan men even boven aarde laten staan, maar als er geen hoop meer is dat het leven zal terugkeren, wordt het in een graf begraven. Zo kunt u, als u de Geest niet deelachtig bent, een ogenblik in Gods lankmoedigheid gespaard worden, maar het einde zal zijn dat u in de hel zult geworpen worden en van voor Gods aangezicht in de vurige vlammen zult begraven worden.
 
2. U kunt de geest van niemand anders ontvangen dan alleen van Jezus Christus. De gezegende Middelaar is de schaal waaruit deze heilige olie wordt overgebracht naar alle lampen die erdoor brandende worden gehouden. De Geest, zegt Hij, is op Mij: "Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen: (Joh.2:20). Vers 27: "En de zalving die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u". De Egyptenaren hadden van honger moeten sterven als Jozef hen niet van koren had voorzien, want hij had al het koren tot zijn beschikking. Zo moeten wij ook eeuwig buiten de Geest blijven, als wij Hem niet van Christus ontvangen. De Geest woont alleen in de leden van Christus; en van wie zullen de leden het leven ontvangen dan alleen van het Hoofd?
 
U kunt de Geest van Christus ontvangen, en dat om niet: "Keert u tot Mijn bestraffing; zie, Ik zal Mijn Geest ulieden  overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekendmaken" (Spr.1:23). En de belofte is zeer gul, want u kunt alles krijgen zonder ervoor te hoeven betalen: "En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet"(Openb.22:17). De Geest Die op Christus is, is het water des levenden. De voorwaarde is: vraag het Hem en Hij zal u levend  water geven (Joh.4:10). Niet slechts druppels van de Geest, maar uitstortingen en stromen des Geestes: "Want Ik zal water gieten op den dorstige en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen"(Jes.44:3). "Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. (En dit zeide Hij van de Geest, Denwelken ontvangen zouden die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was)" (Joh.7:38,39).


4. Tenslotte, bedenk dat als u niet tot Christus wilt komen om de Geest, u zich het eeuwige leven niet waardig oordeelt; u bent een versmader van Christus en uw vergelding zal vreselijk zijn: "Dewijl ik geroepen heb en gijlieden geweigerd hebt, Mijn hand uitgestrekt heb en er niemand was die opmerkte, en hebt al Mijn raad verworpen en Mijn bestraffing niet gewild: zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten wanneer uw vreze komt. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind, wanneer u benauwdheid en angst overkomt"(Spr.1:24-27). Het zal verdragelijker zijn voor degenen die nooit gehoord hebben waar zij de Geest deelachtig konden  worden, dan voor u!

Tot besluit zal ik slechts de volgende aanwijzingen eraan toevoegen: Bid ernstig om de Geest in de Naam van Christus; de Geest is u beloofd! Zegt God bij monde van de profeet Ezechiël: "En In zal Mijn Geest in het binnenste van u geven?" Heeft Jezus gezegd: "Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen die ze van Hem bidden?" Grijp dan moed, geloof de belofte, dring erop aan en verlaat u erop. Verenig u met Jezus Christus door Hem in het aanbod van Het Evangelie aan te nemen, en uzelf vrijwillig aan Hem over te geven. Breng uw dode ziel tot de Heere des levens, en Hij zal erin blazen en u zult zijn als de dode die men in het graf van Elisa legde, die weer levend werd en op zijn voeten rees zodra hij het gebeente van de profeet aanroerde (2 Kon.13:21). Tenslotte, wacht op en zie uit naar de Geest in Christus' instellingen, met name de prediking van het Evangelie. Zij die graag de wind willen voelen waaien, gaan in de open lucht staan; ook al voelen zij hem niet gelijk, zij blijven wachten totdat hij waait. Als u op dezelfde wijze geoefend wordt, dan u zult bekennen dat de bediening des Geestes heerlijk is (2 Kor.3:8). Amen.

Thomas Boston (1676-1732)

 

 

CALVIJN, EEN BRANDENDE KAARS

 

In verband met het Calvijn-jaar volgt in de kerkbode’s van dit jaar een serie artikelen over reformator Johannes Calvijn. In deze kerkbode het vierde en tevens laatste deel.

 

“Het leven van Calvijn was als een brandende kaars. Zo'n kaars geeft licht totdat hij opgebrand en verteerd is. Zo heeft Calvijn als een brandende kaars het licht van Gods Woord helder mogen laten schijnen.

Totdat zijn lichaam op was. Uitgeteerd, net als die kaars. Grote rouw is er in Genève en in veel andere landen. Bij zijn graf wordt niet gesproken. Er komt ook geen steen op zijn graf. Daarom wist men later niet meer precies waar zijn graf was. Zo wilde Calvijn het. Hij was bang dat hij te veel eer zou krijgen. Het ging hem altijd om de eer van God. Maar de Heere heeft gezorgd dat zijn naam en zijn werk bekend gebleven zijn. Tot op vandaag toe. En zijn werk is tot zegen geweest voor duizenden en duizenden mensen in veel landen. Dat is ook nu nog zo. Daar zorgt de Heere Zelf voor. Want Zijn werk gaat door!”

 

1509-1564 Johannes Calvijn: “Ik geef mijn hart aan de Heere ten offer”.

 

1547

Veel tegenstand ondervindt Calvijn van de Libertijnen, die niet bereid zijn hun leven naar de Schriften te richten. Tot hen behoort Pierre Ameaux, speelkaartenfabrikant en raadslid, die Calvijn zwaar belastert. In december 1547 vervoegen zich de predikanten bij de raad om zich te beklagen over de ongebondenheid der burgers. Daar de Libertijnen al weer veel macht bezitten, kan slechts een krachtig optreden van Calvijn bloedvergieten voorkomen en kiest de raad op het laatste moment voor de zaak van het Evangelie.

1549

Op het zogenaamde Hollandse portret van Calvijn, afgedrukt in de Amsterdamse uitgave van zijn werken uit 1671, staat de Hervormer afgebeeld temidden van de door hem geschreven werken. Het is onvoorstelbaar hoeveel werk Calvijn heeft verzet. Per jaar hield hij ongeveer 200 preken en ook zo'n 200 colleges en bijbellezingen. Op bijna alle boeken van de Bijbel schreef hij een commentaar en verder een grote hoeveelheid theologische tractaten. Van de Institutie verzorgde hij vier uitgaven. Daarnaast voerde hij een zeer uitvoerige correspondentie met leidende figuren in vele landen. Van de 59 delen van zijn verzameld werk bestaan er 10 uit brieven, hoewel er duizenden verloren gingen. En dan te bedenken dat Calvijn een erg zwakke gezondheid had.

1553

Als de Spaanse arts Michael Servet (1511-1553), die de kleine bloedsomloop ontdekte, zich in Genève waagt, wordt hij gevangen genomen. Reeds eerder voerde hij een uitvoerige correspondentie met Calvijn en gaf als tegenhanger van Calvijns Institutie zijn Restitutie (Herstel) uit, waarin hij de Drieëenheid, de erfzonde, de kinderdoop en de rechtvaardiging door het geloof ontkent. Tot het bittere einde hield hij vast aan zijn dwalingen. Servet stierf op de brandstapel, hoewel Calvijn om verzachting van de doodstraf had verzocht.

1559

Op initiatief van Calvijn wordt er in Genève een academie met een theologische, juridische en medische faculteit gesticht, waarvan de eerste de belangrijkste was. Niet alleen om predikanten voor Genève op te leiden, maar vooral ook voor de kerken in het buitenland. In het stichtingsjaar werd de stadstaat bedreigd door Philips II van Spanje en Hendrik II van Frankrijk, die bij de vrede van Cateau-Cambrésis hadden besloten gezamenlijk de Reformatie te bestrijden. Rector van de academie wordt Theodorus Beza (1519-1605), die eerder reeds hoogleraar in het Grieks te Lausanne was en tevens psalmberijmer. Beza stond Calvijn in diens onvermoeide oecumenische streven de zonen van de Reformatie bijeen te brengen trouw ter zijde. Bekende Nederlandse studenten van de Geneefse academie zijn Marnix van Sint Aldegonde, Franciscus Junius, Arminius en Vorstius. Reeds eerder zaten onder de colleges van Calvijn Guido de Brès, opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, en Jean Taffin, hofprediker en raadsman van Willem van Oranje.

1564

Calvijn was vroeg oud, opgeteerd in de dienst des Heeren. Op 6 februari hield hij de laatste preek en op Pasen droeg men hem naar de kerk waar hij uit de handen van Beza voor het laatst de tekenen van brood en wijn ontving. Op 25 april dicteert hij zijn testament aan de notaris, dat begint met de woorden: 'In de naam van God. Ik, Johannes Calvijn, dienaar van Gods Woord in de kerk van Genève, voel mij door verschillende ziekten zo uitgeput, dat ik niet anders kan denken, dan dat God mij spoedig uit deze wereld wil wegnemen'. Calvijn neemt afscheid van de kleine raad en houdt tot hen nog een vrij lange toespraak, waarin hij hen dankt voor de vriendschap en verklaart steeds het beste voor de stad gezocht te hebben. Ook neemt hij afscheid van het college van predikanten. Hij roept hen op niet naar veranderingen te staan en beveelt Beza als zijn opvolger aan. Uit Neuchâtel komt de stokoude Farel over om voor het laatst met Calvijn te spreken. Beza is dag aan dag aan zijn bed. In zijn biografie van Calvijn schrijft hij onder andere: 'Tot aan zijn stervensuur toe bracht hij zijn dagen door in voortdurend gebed, met een piepende stem wegens de ademnood, maar met zijn ogen naar de hemel geslagen en men kon toch nog aan hem zien dat hij vurig bad'. Op zaterdag 29 mei 1564, bij het ondergaan van de zon, sterft de grote Hervormer. De volgende dag wordt hij onder grote belangstelling begraven op Plainpalais. Overeenkomstig Calvijns eigen wens wijst geen steen de laatste rustplaats aan. Niemand weet waar hij begraven ligt.